Net op zee

Naast windparken is een ‘net op zee’ nodig. Dit net op zee bestaat uit de platforms die nodig zijn om elektriciteit van de windparken te transporteren naar het hoogspanningsnet op land. Huishoudens en bedrijven ontvangen dankzij het net op zee schone energie.

Het net op zee bestaat uit:

  • Het platform op zee. In dit transformatorstation of ‘stopcontact’ komt de elektriciteit van de windturbines uit het windpark samen. Met behulp van transformatoren wordt het spanningsniveau verhoogd om de elektriciteit te kunnen transporteren naar land. Bij grotere transportafstanden (>120 km) en grotere vermogens (>1 GW) is het nodig om de wisselstroom uit de windturbines om te vormen naar gelijkstroom. Naast een transformator bevat het platform dan ook een omvormer (in het Engels: converter). Een gelijkstroomplatform is daardoor groter dan een wisselstroomplatform.
  • De exportkabel. Deze kabel (meestal een kabelpaar) transporteert de elektriciteit vanaf de zee naar het vasteland.
  • Het transformatorstation op land. Dit transformatorstation ontvangt de elektriciteit die vanaf zee komt, brengt deze op de juiste spanning en stuurt deze door naar een (nabij gelegen) hoogspanningsstation. Indien de elektriciteit in de vorm van gelijkstroom aan land komt wordt deze weer omgevormd naar wisselstroom.
  • Het hoogspanningsstation zet de elektriciteit op het landelijke hoogspanningsnet.

Wat?

Wat is een windpark?

1. Windturbines 2. Kabels van het windpark 3. 'Stopcontact' op zee 4. Exportkabel 5. Transformatorstation 7. Transformatorstation 6. Hoogspanningsstation

Hotspots

1. Windturbines

In een windpark op zee staan windturbines. Een windturbine produceert elektriciteit uit het draaien van de wieken van de windturbine. Dit noemen we schone of duurzame energie.

2. Kabels van het windpark

Iedere windturbine heeft een kabel die de elektriciteit transporteert naar het 'stopcontact' op zee. De kabel ligt begraven in de zeebodem.

3. 'Stopcontact' op zee

Hier komt de elektriciteit vanuit alle windturbines uit het windpark samen. Vervolgens wordt met behulp van transformatoren het spanningsniveau verhoogd om de elektriciteit te kunnen transporteren naar land.

4. Exportkabel

Deze kabel (bestaat uit één of meerdere kabels) transporteert de elektriciteit van zee naar land.

5. Transformatorstation

Dit station ontvangt de elektriciteit van zee en maakt deze geschikt om op het landelijke hoogspanningsnet de elektriciteit verder te kunnen transporteren.

7. Transformatorstation

Dit station ontvangt elektriciteit en maakt het geschikt om te transporteren naar het regionale elektriciteitsnetwerk. Van hier transporteren ondergrondse kabels de elektriciteit naar de huishoudens.

6. Hoogspanningsstation

Het hoogspanningsstation zet de elektriciteit op het landelijke hoogspanningsnet.

Beheer van het net op zee

Voor de aanleg en het beheer van het net op zee heeft de Rijksoverheid netbeheerder TenneT aangewezen, die ook het hoogspanningsnet op land beheert. TenneT gebruikt  bij de aanleg van het Nederlandse net op zee de kennis en ervaring die zij heeft opgedaan in Duitsland: zij beheert daar ook een deel van zowel het hoogspanningsnet als de netaansluitingen op zee.

Het neerleggen van de bouw en het onderhoud van het net op zee bij TenneT zorgt voor een betere afstemming met het hoogspanningsnet op land en scheelt in de kosten en in de van de aanleg (graafwerkzaamheden), doordat bijvoorbeeld kabels van verschillende windparken in een tracé worden gecombineerd.
Door te werken met gestandaardiseerde, identieke platforms leidt dit tot kostenreductie.. Daarnaast minimaliseert TenneT ook de overlast voor omwonenden en bedrijven; de netbeheerder bundelt elektriciteitsverbindingen om de doorkruising van het landschap door kabels te beperken.

Aanleg van het net op zee

Het net op zee bestaat uit afzonderlijke delen voor de verschillende windenergiegebieden. De aanleg van deze delen verloopt in fases; op zo’n manier dat ze elk op tijd gereed zijn om de elektriciteit van gebouwde windparken te transporteren. De hoofdlijnen van het ontwerp van het net op zee legt de minister van Economische Zaken en Klimaat vast in een ontwikkelkader windenergie op zee. De juridische procedures van het net op zee vallen onder de Rijkscoördinatie regeling (RCR).

Aanleg platforms

Het uitgangspunt van de Rijksoverheid is om wind op zee zo goedkoop mogelijk te realiseren, maar wel in een tempo dat voldoet aan de klimaatdoelstellingen. Eén manier om dit te doen is de toepassing van een standaardontwerp voor de platforms op zee. Die platforms zijn dus identiek.

Voor windparken relatief dicht bij de kust komen er tot en met 2030 acht platforms op zee. Deze platforms hebben een capaciteit van 700 megawatt (MW) en gebruiken wisselstroom om de elektriciteit naar het vasteland te transporteren.
Voor windparken die meer dan circa 100 kilometer van het hoogspanningsnet op land vandaan staan, zijn er platforms met een capaciteit van 2 GW. Deze laatste platforms gebruiken gelijkstroom voor het transport van elektriciteit. Gelijkstroom maakt transport over langere afstanden mogelijk, maar is wel duurder dan wisselstroom. Tot en met het jaar 2030 zijn er twee ‘2-GW-platforms’ gepland voor het windenergiegebied IJmuiden Ver.

Aanleg kabels

De kabels vanuit de windenergiegebieden lopen naar verschillende transformatorstations op land, waarvan de meeste dicht bij de kust staan. Deze stations functioneren als aansluitlocaties: ze zijn aangesloten op het hoogspanningsnet op land, zodat de windenergie van zee naar huishoudens en bedrijven in Nederland kan.

Tussen het platform op zee, het transformatorstation op land en het hoogspanningsstation wordt de best mogelijke route gekozen. Deze is zo kort mogelijk, maar houdt rekening met ‘obstakels’ als bijvoorbeeld woningen, wegen, watergangen, bestaande kabels en leidingen. De landkabels worden ondergronds aangelegd door middel van boringen of het graven van kabelsleuven. Voor de locatie van het platform, de kabels tussen de platforms op zee en het transformatorstation op land en de route naar het landelijk hoogspanningsnet op land wordt een milieueffectrapportage opgesteld waarin verschillende routes en mogelijkheden worden beoordeeld.  De verschillende routes worden in een integrale effectenanalyse (IEA) met elkaar vergeleken op de thema’s milieu (de milieueffectrapportage vormt hiervan de basis), omgeving, techniek, kosten en toekomstvastheid.

Op basis van IEA, het advies van de Commissie voor de Milieueffectrapportage., reacties uit de omgeving en het advies van decentrale overheden kiest de minister van Economische Zaken en Klimaat in overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een voorkeursalternatief voor de definitieve aansluitlocatie en kabeltracé.

De kabeltracés voor de netaansluitingen van de windparken uit de windenergiegebieden Borssele, Hollandse Kust (zuid), Hollandse Kust (noord) en Hollandse Kust (west, kavel VI) liggen al vast. Dat geldt niet voor de aansluitlocaties en kabeltracés voor de netaansluitingen van de windenergiegebieden Hollandse Kust (west, kavel VII), Ten noorden van de Waddeneilanden en IJmuiden Ver. Wel bestaat hiervoor een selectie van mogelijke aansluitlocaties en tracés. De minister heeft die selectie in samenwerking met de betrokken kustgemeenten en -provincies opgesteld in het project Verkenning Aanlanding Netten op Zee 2030.

De kabels vanuit de windenergiegebieden lopen naar verschillende stations op land, dicht bij de kust. Deze stations functioneren als aansluitlocaties: ze zijn aangesloten op het hoogspanningsnet op land, zodat de windenergie van zee naar huishoudens en bedrijven in Nederland kan.

De routes van zee-en landkabels, ook wel kabeltracés genoemd, zijn afhankelijk van de fysieke en juridische mogelijkheden, de kosten en de gevolgen voor de omgeving. Voor kabels tussen de platforms op zee en het landelijk hoogspanningsnet op land worden milieueffectrapportages opgesteld. De landkabels worden ondergronds aangelegd door middel van boringen of het graven van kabelsleuven.

Op basis van de milieueffectrapportages stelt de minister van Economische Zaken en Klimaat de definitieve aansluitlocaties en kabeltracés vast in een voorkeursalternatief. De minister betrekt hierbij de zienswijzen op het ontwerp-inpassingsplan en de adviezen van betrokken provinciale en gemeentelijke overheden.
De kabeltracés voor de netaansluitingen van de windparken uit de windenergiegebieden Borssele, Hollandse Kust (zuid), Hollandse Kust (noord) en Hollandse Kust (west, kavelVI) liggen al vast. Dat geldt niet voor de aansluitlocaties en kabeltracés voor de netaansluitingen van de windenergiegebieden Hollandse Kust (west, kavel VII), Ten noorden van de Waddeneilanden en IJmuiden Ver. Wel bestaat hiervoor een selectie van mogelijke aansluitlocaties en tracés. De minister heeft die selectie in samenwerking met de betrokken kustgemeenten en -provincies opgesteld in het project Verkenning Aanlanding Netten op Zee 2030.

Toekomstig energietransport: waterstof?

In de Verkenning Aanlanding Netten op Zee 2030 is onderzoek gedaan naar niet-elektrische opties voor het transport van windenergie van zee naar land. Hierbij kijken de onderzoekers vooral naar de mogelijkheid om de geproduceerde elektriciteit (via elektrolyse) op zee om te zetten naar waterstof.
De conclusie is dat dit  technisch mogelijk is, maar voorlopig nog niet grootschalig toepasbaar. Er zijn op dit moment al meerdere initiatieven voor de productie en/of opslag van waterstof. Maar de schaalgrootte en het kostenniveau zullen vóór 2030 nog niet volstaan om op zee de grote hoeveelheden elektriciteit te verwerken die – volgens de routekaart 2030 – vanaf ongeveer dat jaar uit de windparken gaan komen. Ontwikkelingen rond waterstof gaat snel. Wellicht is het een oplossing voor ná 2030.

Doorverwijzingen

Elektriciteit

afbeeldingen windgebieden klein 420 x 200

Hoe komt de windenergie van zee aan land? Netbeheerder TenneT transporteert de opgewekte windenergie van zee naar het elektriciteitsnet op het vasteland.

Nederlandse aanpak

Minister Wiebes die de vergunninghouder feliciteert met het winnen van de tender

Waarom is windenergie op zee nodig? Wat zijn de doelen en hoe zorgt de Rijksoverheid ervoor dat doelen worden gehaald?

Omgeving

Mensen aan de kust

Bureau Energieprojecten coördineert de vergunningverlening van (wind)energieprojecten. Zij ondersteunt overheden, initiatiefnemers en omwonenden bij die besluitvorming.

Werk en scholing

Mensen die werken aan een windmolen (lasser)

De windsector biedt perspectieven voor mensen die willen werken in de wind. NWEA is de verbinder binnen de sector en koppelt relevante partijen binnen de sector aan elkaar.

Veelestelde vragen

Op deze website vindt u veel informatie over Wind op zee. Vindt u niet wat u zoekt? Kijk dan bij de veelgestelde vragen of neem contact met ons op.