Wind op zee tot en met 2030

De periode tot en met 2030 richtte zich tot nu toe op de doelstelling uit het Klimaatakkoord om in 2030 jaarlijks 49 TWh aan windenergie van zee te produceren. Daarvoor is een capaciteit van ongeveer 11,5 gigawatt (GW) nodig. Maar in 2020 is besloten de doelen voor 2030 verder aan te scherpen. Hoeveel extra wind op zee komt er bij?

Meer wind op zee nodig

In 2018 publiceerde het kabinet de tweede fase van de routekaart windenergie op zee voor de windenergiegebieden die tot en met 2030 in gebruik worden genomen voor het Klimaatakkoord. Samen met de windparken uit de eerste fase van de routekaart windenergie op zee, die in de periode tot en met 2023 gaan draaien, en de al bestaande windparken Luchterduinen en Gemini betreft dit een totale capaciteit van circa 10,7 GW. In 2018 was het beeld dat hiermee vanaf 2030 de afgesproken 49 TWh elektriciteit geproduceerd zou kunnen worden.

Eind 2020 constateerde de minister van Economische Zaken en Klimaat in een brief aan de Tweede Kamer dat op grond van de tot dan toe gehouden tenders voor wind op zee een nauwkeuriger voorspelling gemaakt kon worden van de productie van windenergie op zee in 2030. Op basis daarvan concludeerde de minister dat het nodig is om tot en met 2030 nog circa 0,7 GW extra windcapaciteit te bouwen om er zeker van te zijn dat de afgesproken 49 TWh ook echt gehaald wordt. Daarmee zou de totale capaciteit in 2030 op circa 11,5 GW uitkomen.

Daarnaast hebben in 2020, mede op aandringen van ons land, zowel de Europese Commissie als het Europese Parlement zich uitgesproken voor een ambitieuzere CO2-reductiedoelstelling in 2030. Het advies van de Studiegroep Klimaatopgave Green Deal en het advies van de  Stuurgroep extra opgave suggereren dat wind op zee een belangrijk aandeel moet hebben in het behalen van het strengere CO2-doel. Mogelijk is hiervoor tot 45 TWh elektriciteit extra nodig in 2030, wat overeen zou komen met circa 10 GW extra wind op zee. Het kabinet neemt naar verwachting later in 2021 een besluit (mogelijk in een nieuw regeerakkoord) over de precieze hoeveelheid extra wind op zee die er tot en met 2030 bij moet komen.

In het Klimaatakkoord was al afgesproken dat een eventuele extra opgave voor windenergie op zee in de periode tot en met 2030 gebonden is aan twee belangrijke voorwaarden:

  1. Er is een aantoonbare energievraag vanuit de industrie nabij de kust. Zodat het niet nodig is om het hoogspanningsnet uit te breiden om de energie verder het land in te transporteren.
  2. Er worden voldoende nieuwe windenergiegebieden aangewezen.

VAWOZ 2030

Eind 2020 is het ministerie van Economische Zaken en Klimaat samen met betrokkenen uit het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en andere overheden gestart met de Verkenning Aanlanding Windenergie op Zee voor de periode tot en met 2030 (VAWOZ 2030). Deze verkenning brengt de mogelijkheden in kaart voor het aan land brengen van meer windenergie op zee in deze periode. De VAWOZ 2030 kijkt daarbij naar:

  • de locatie en ontwikkeling van de energievraag op land;
  • de geschikte aanlandlocaties nabij de energievraag;
  • de mogelijke routes, kosten en milieueffecten van de kabelverbindingen van zee naar de aanlandlocaties;
  • wat de betrokken partijen en omwonenden in het gebied van de kabelverbindingen en aanlandlocaties vinden en of een route goed samengaat met andere toekomstige ontwikkelingen in het betreffende gebied.

Met de VAWOZ 2030 bereidt de Rijksoverheid besluitvorming voor over het starten van ruimtelijke procedures voor aanlandingen. Voor deze procedures geldt de Wet ruimtelijke ordening. Bij het net op zee is op grond van de Elektriciteitswet het Rijk verantwoordelijk voor de ruimtelijke procedure.De resultaten van VAWOZ 2030 worden verwacht in het najaar van 2021.

Nieuwe windenergiegebieden

De onbenutte (delen van) windenergiegebieden op zee in het Nationaal Waterplan 2016-2021 bieden nog maar beperkt ruimte voor nieuwe windparken. Daarom zal het kabinet nieuwe windenergiegebieden op zee moeten aanwijzen om verdere doorgroei van wind op zee mogelijk te maken. Nieuwe windenergiegebieden wijst het kabinet aan in het Programma Noordzee 2022-2027. Dit programma is een onderdeel van het Nationaal Waterprogramma 2022-2027, dat het Nationaal Waterplan 2016-2021 opvolgt.

Het kabinet streeft ernaar om in het Programma Noordzee 2022-2027 ruimte voor 27 GW aan extra windcapaciteit op zee aan te wijzen. Hiervoor heeft het kabinet in het ontwerp Programma Noordzee 2022-2027 acht zoekgebieden geïdentificeerd (zie de onderstaande kaart). Een deel van deze acht gebieden zal het kabinet aanwijzen voor de extra windparken die bovenop de bestaande routekaart nodig zijn in de periode tot en met 2030. Naar verwachting neemt het kabinet hierover in 2022 een besluit met de publicatie van het definitieve Programma Noordzee 2022-2027.

Zoekgebieden programma Noordzee
De acht zoekgebieden (geel gearceerd) uit het Ontwerp Programma Noordzee 2022-2027

Doorverwijzingen

Nederlandse aanpak

Waarom is windenergie op zee nodig? Wat zijn de doelen en hoe zorgt de Rijksoverheid ervoor dat doelen worden gehaald?

Noordzee

Over hoe de Rijksoverheid de Noordzee beheert en hoe de ruimte op de Noordzee is verdeeld. Wat op de Noordzee kan en mag, en welke regels en voorwaarden daarvoor gelden.

Innovatie

Innovatie, ontwikkeling (internationale) samenwerking en opleidingen zijn belangrijk om de kosten van wind op zee omlaag te krijgen en biedt daarmee economische kansen.

Werk en scholing

De windsector biedt perspectieven voor mensen die willen werken in de wind. NWEA is de verbinder binnen de sector en koppelt relevante partijen aan elkaar binnen de sector.

Veelgestelde vragen

Op deze website vindt u veel informatie over Wind op zee. Vindt u niet wat u zoekt? Kijk dan bij de veelgestelde vragen of neem contact met ons op.

Voorgestelde veelgestelde vragen