Wind op zee rond 2030

De periode tot en met 2030 richtte zich in eerste instantie op de doelstelling uit het Klimaatakkoord om in 2030 jaarlijks 49 TWh aan windenergie van zee te produceren. Daarvoor is een capaciteit van ongeveer 11,5 gigawatt (GW) nodig. Maar in 2022 heeft het kabinet besloten om rond 2030 circa 21 GW te willen realiseren. Hoeveel extra wind op zee komt er bij?

Meer wind op zee nodig

In 2018 publiceerde het kabinet de tweede fase van de routekaart windenergie op zee voor de windenergiegebieden die tot en met 2030 in gebruik worden genomen voor het Klimaatakkoord. Samen met de windparken uit de eerste fase van de routekaart windenergie op zee, die in de periode tot en met 2023 gaan draaien, en de al bestaande windparken Luchterduinen en Gemini betreft dit een totale capaciteit van circa 10,7 GW. In 2018 was het beeld dat hiermee vanaf 2030 de afgesproken 49 TWh elektriciteit geproduceerd zou kunnen worden.

Eind 2020 constateerde de minister van Economische Zaken en Klimaat in een brief aan de Tweede Kamer dat op grond van de tot dan toe gehouden tenders voor wind op zee een nauwkeuriger voorspelling gemaakt kon worden van de productie van windenergie op zee in 2030. Op basis daarvan concludeerde de minister dat het nodig is om tot en met 2030 nog circa 0,7 GW extra windcapaciteit te bouwen om er zeker van te zijn dat de afgesproken 49 TWh ook echt gehaald wordt. Daarmee zou de totale capaciteit in 2030 op circa 11,5 GW uitkomen.

Daarnaast hebben in 2020, mede op aandringen van ons land, zowel de Europese Commissie als het Europese Parlement zich uitgesproken voor een ambitieuzere CO2-reductiedoelstelling in 2030 van -55% ten opzichte van 1990. Het advies van de Studiegroep Klimaatopgave Green Deal  en het advies van de Stuurgroep extra opgave suggereren dat wind op zee een belangrijk aandeel moet hebben in het behalen van het strengere CO2-doel. Het kabinet heeft daarom begin 2022 aangegeven rond 2030 een totaal vermogen van circa 21 GW te willen realiseren als bijdrage aan het behalen van de aangescherpte CO2-reductiedoelstelling.

In het Klimaatakkoord was al afgesproken dat een eventuele extra opgave voor windenergie op zee in de periode tot en met 2030 gebonden is aan twee belangrijke voorwaarden:

  1. Er is een aantoonbare energievraag vanuit de industrie nabij de kust. Zodat het niet nodig is om het hoogspanningsnet uit te breiden om de energie verder het land in te transporteren.
  2. Er worden voldoende nieuwe windenergiegebieden aangewezen.

VAWOZ 2030

Eind 2021 maakte de minister van Economische Zaken en Klimaat de resultaten bekend van de Verkenning Aanlanding Windenergie op Zee voor de periode tot en met 2030 (VAWOZ 2030). Deze verkenning brengt de mogelijkheden in kaart voor het aan land brengen van meer windenergie op zee in deze periode. De VAWOZ 2030 kijkt daarbij naar:

  • de locatie en ontwikkeling van de energievraag op land;
  • de geschikte aanlandlocaties nabij de energievraag;
  • de mogelijke routes, kosten en milieueffecten van de kabelverbindingen van zee naar de aanlandlocaties;
  • wat de betrokken partijen en omwonenden in het gebied van de kabelverbindingen en aanlandlocaties vinden en of een route goed samengaat met andere toekomstige ontwikkelingen in het betreffende gebied.

Op grond van de VAWOZ 2030 heeft de minister besloten te starten met de ruimtelijke procedures voor aanlandingen van de volgende extra verbindingen:

  • 2 GW vanuit windenergiegebied IJmuiden Ver (noord) naar de Maasvlakte;
  • 3 x 2 GW vanuit windenergiegebied Nederwiek naar de Maasvlakte, Borssele en Geertruidenberg;
  • 2 x 2 GW vanuit windenergiegebied Doordewind naar Eemshaven, samen
  • met 0,7 GW vanuit Ten noorden van de Waddeneilanden.

Voor deze procedures geldt de Wet ruimtelijke ordening. Bij het net op zee is op grond van de Elektriciteitswet het Rijk verantwoordelijk voor de ruimtelijke procedure.

Nieuwe windenergiegebieden

De onbenutte (delen van) windenergiegebieden op zee in het Nationaal Waterplan 2016-2021 boden nog maar beperkt ruimte voor nieuwe windparken. Daarom heeft het kabinet in maart 2022 de windenergiegebieden Nederwiek, Lagelander en Doordewind aangewezen om de doelstelling van circa 21 GW wind op zee rond 2030 mogelijk te maken. Deze nieuwe windenergiegebieden zijn aangewezen in het Programma Noordzee 2022-2027. Dit programma is een onderdeel van het Nationaal Waterprogramma 2022-2027.

Voor de periode na 2030 streeft het kabinet ernaar om ruimte voor nog eens ca. 17 GW aan extra windcapaciteit op zee aan te wijzen via een partiële herziening van het Programma Noordzee 2022-2027. Naar verwachting besluit het kabinet hierover in 2023.

Doorverwijzingen

Nederlandse aanpak

Waarom is windenergie op zee nodig? Wat zijn de doelen en hoe zorgt de Rijksoverheid ervoor dat doelen worden gehaald?

Noordzee

Over hoe de Rijksoverheid de Noordzee beheert en hoe de ruimte op de Noordzee is verdeeld. Wat op de Noordzee kan en mag, en welke regels en voorwaarden daarvoor gelden.

Innovatie

Innovatie, ontwikkeling (internationale) samenwerking en opleidingen zijn belangrijk om de kosten van wind op zee omlaag te krijgen en biedt daarmee economische kansen.

Werk en scholing

De windsector biedt perspectieven voor mensen die willen werken in de wind. NWEA is de verbinder binnen de sector en koppelt relevante partijen aan elkaar binnen de sector.

Veelgestelde vragen

Op deze website vindt u veel informatie over Wind op zee. Vindt u niet wat u zoekt? Kijk dan bij de veelgestelde vragen of neem contact met ons op.

Voorgestelde veelgestelde vragen