Het effect van wind op zee op de visserij

Voor sommige vissers betekent de komst van windparken op zee dat ze niet meer kunnen vissen in hun visgebieden. De Rijksoverheid probeert de gevolgen voor de visserij zoveel mogelijk te beperken.

Nederland heeft gekozen voor windenergie op zee als belangrijke bron voor een duurzame energievoorziening. Deze keuze gaat ten koste van visgebieden voor vissers die met sleepnetten vissen. De vissector heeft het al moeilijk door  het verbod op de pulsvisserij, het verlies aan visgronden door uitbreiding van natuurgebieden op zee en het (mogelijke) verlies van toegang tot Britse visgronden door de Brexit. Daarnaast zet de aanlandplicht voor bijvangsten de winstgevendheid onder druk. De Rijksoverheid onderzoekt samen met de vissector de mogelijkheden voor nieuwe (passieve) vismethoden binnen windparken. Maar, deze vormen van visserij zijn geen volwaardig alternatief voor het vissen op platvis met sleepnetten. Daarom is ook onderzocht of vissen met sleepnetten binnen windparken toch mogelijk gemaakt kan worden.

Belang van de visserijsector

Het Europese verbod op pulsvisserij, de Brexit, aanlandplicht en wind op zee kunnen de positieve ontwikkeling in de visserij (zoals in de kottersector, zie kader) onder druk zetten. De gevolgen van windparken op zee voor deze sector zijn een belangrijk punt van aandacht voor de Rijksoverheid.

Onzekere tijden na goede jaren voor de kottersector
De kottervisserij (tong, schol en garnalen) levert met circa 1.100 opvarenden de grootste bijdrage (ongeveer 55 procent) aan de directe werkgelegenheid in de visserijsector. De kottervisserij maakte vóór 2012 niet of nauwelijks winst. Sinds 2012 zijn de kosten lager geworden, door relatief lage brandstofprijzen en energiezuinigere pulsvistuigen. Ook waren de visprijzen relatief hoog. Dit leidde in 2016 tot een jaarlijks netto resultaat van ongeveer 80 miljoen euro. In 2017 en 2018 nam als gevolg van verminderde vangsten en een gestegen brandstofprijs het netto resultaat af tot een krappe 50 miljoen euro. Het jaar 2019 was voor veel visserijbedrijven economisch gezien een slecht jaar met een netto resultaat van 16 miljoen.  De economisch zeer rendabele pulsvisserij werd verboden, waardoor vangsten terugliepen en brandstofkosten stegen. Ook de vooruitzichten zijn somber. Momenteel zoekt de visserijsector naar een andere duurzame vismethode als alternatief voor de pulsvisserij.

Plekken op zee voor vissers

Vissers mogen in principe vissen op het hele Nederlandse deel van de Noordzee, behalve in gebieden waar beperkingen gelden. Dat zijn bijvoorbeeld de vaarroutes voor het scheepvaartverkeer, bepaalde (delen van) natuurgebieden, de zones van vijfhonderd meter rondom olie- en gasplatforms, bij wrakken, in opgroeigebieden van jonge vis (zoals de ’Scholbox’) én binnen windparken op zee.

Niet elke plek is even interessant voor visserij en de vis zit niet overal. Vissers die op schol vissen, doen dat veelal in andere gebieden dan vissers die op tong vissen, simpelweg omdat de vissoorten op andere plekken voorkomen. Vissers hebben daarbij vaak een voorkeur voor bepaalde gebieden (‘visgronden’) omdat daar de meeste vis voorkomt. Ook hebben sommige gebieden uit gewoonte of (familie)traditie de voorkeur. En er zijn ook gebieden waar het vissen lastiger is of bovengenoemde beperkingen gelden. Het verplaatsen van visserijactiviteiten door de komst van een windpark is dus niet altijd mogelijk. Bij de aanwijzing van windenergiegebieden in het nationaal waterplan
aangemerkt als activiteit van nationaal belang. Dit werd bevestigd bij het tweede Nationaal Waterplan 2016-2021, onderdeel van de Beleidsnota Noordzee 2016-2021. In gebieden die het kabinet heeft aangemerkt voor activiteiten van nationaal belang mag ander gebruik die activiteiten niet belemmeren. Dat betekent dat zodra de bouw van een windpark begint, vissers  hier niet meer mogen vissen. Tot de daadwerkelijke bouw begint is vissen nog wél toegestaan, ook als de Rijksoverheid al een vergunning voor de bouw van een windpark in dat gebied heeft afgegeven.

Sportvisserij

Sportvissen met een hengel is wel toegestaan in de windparken. Het is verplicht om met boot en hengelgerei minimaal 50 meter afstand te houden tot turbinepalen en 500 meter tot een transformatorplatform. In een zone van 50 meter rondom iedere windmolen mag dus niet worden gevist. Kijk hier voor meer informatie.

Ruimteverlies voor de visserij

Tot 2020 nemen de bestaande windparken op zee Egmond aan Zee, Prinses Amalia, Luchterduinen en Gemini ongeveer 133 km2 (zo’n 0,23 procent) van het NCP in beslag. In 2023 zullen deze bestaande én de tot en met dat jaar geplande windparken (Borssele, Hollandse Kust (zuid) en Hollandse Kust (noord)) in totaal 954 km2 beslaan. Dit is zo’n 1,65 procent van het Nederlandse deel van de Noordzee. In 2030 is het totale ruimtebeslag ongeveer 1.600 km2 (2,8 procent). Naast de eerdergenoemde windparken staan er dan ook windturbines in (delen van) de windenergiegebieden Hollandse Kust (west), IJmuiden Ver en Ten noorden van de Waddeneilanden.
De komst van meer windparken op zee heeft vooral gevolgen voor de visserij in het zuidelijk deel van de Nederlandse Noordzee (ruwweg het deel ten zuiden van Texel). Daar komen tot en met 2030 namelijk de meeste windparken te staan. In dit zuidelijke deel van de Noordzee is er vooral kottervisserij. Het gaat hier om tongvisserij. De scholvisserij vindt vooral plaats op het noordelijk deel van de Nederlandse Noordzee en ondervindt geen direct effect van de windenergiegebieden. Wel kunnen deze vissers, evenals garnalenvissers, te maken krijgen met verdringing door tongvissers indien die overstappen op het vissen op schol of garnalen.

In de kustzone (binnen 12 nautische mijl van het land) richt de visserij zich voornamelijk op garnalen en schelpdieren. Dit deel van de Noordzee is gesloten voor visserijschepen met een motorvermogen van meer dan 300 pk, dus voor onder andere de grotere kotters met sleeptuig die voornamelijk op schol en tong vissen. Voor de kustvisserij die binnen de 12-mijlszone plaatsvindt, heeft de komst van windparken weinig directe gevolgen: een klein deel van de windparken in de windenergiegebieden Hollandse Kust (zuid) en Hollandse Kust (noord) bevindt zich binnen de 12-mijlszone. Mogelijk ontstaan er wel indirecte effecten doordat een deel van de kottervissers overschakelt van tong en schol op kustvisserij op garnalen en schelpdieren. Hierdoor kan er een grotere visserijdruk in de kustzone ontstaan. Of, en in welke mate dit effect daadwerkelijk gaat optreden is nog onduidelijk.

Medegebruik van windparken voor visserij

Naast verboden plekken zijn er op dit moment ook stukken van de Noordzee waar vissers alleen bepaalde vismethodes mogen toepassen. Dat geldt bijvoorbeeld voor delen van Natura2000-gebieden. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staat dat de Rijksoverheid moet nagaan of windparken op zee ook zo’n gebied kunnen worden. Vissers mogen hier tot nu toe niet met sleepnetten werken (om schade aan de kabels van deze windparken te voorkomen). Maar misschien zijn andere vormen van visserij wél mogelijk?
De Rijksoverheid doet hiernaar onderzoek met proefprojecten.. Het zou bij zulk medegebruik bijvoorbeeld kunnen gaan om het vissen met ‘passieve vistuigen’ (zoals vissen met korven of staand want) en het toepassen van duurzame mari- of aquacultuur (zoals oesterkweek en zeewierboerderijen). Deze vormen van visserij zijn echter geen volwaardig alternatief voor het vissen op platvis met sleepnetten. Daarom is ook onderzocht of vissen met sleepnetten binnen windparken toch mogelijk gemaakt kan worden.

Toch met sleepnetten in windparken?

Vissen met sleepnetten is verboden in windparken, omdat die ‘bodemberoerende visserij’ daar veel schade zou kunnen veroorzaken. Maar valt er niet met sleepnetten te vissen zonder die schade te veroorzaken? Wat zou dit kosten? En wegen de baten op tegen die kosten? Dat alles onderzochten vissersorganisaties, verzekeringsmaatschappijen, de windsector en de Rijksoverheid.

Wat blijkt: het is inderdaad mogelijk een windpark op zee geschikt te maken voor bodemberoerende visserij. Maar de vereiste aanpassingen zijn wel groot en kostbaar. Zo zal de vergunninghouder van een windpark de indeling ervan moeten aanpassen. Hij moet de windturbines dus anders plaatsen. Ook dient hij de kabels van het windpark zó diep te begraven dat ze beschermd zijn tegen sleepnetten. Daarnaast moet hij ervoor zorgen dat die kabels goed ingegraven blijven zolang het windpark bestaat. Visserij binnen windparken vereist bovendien meer precisie dan daarbuiten. Voor deze ‘precisievisserij’ zijn aanpassingen nodig aan vissersschepen.
De kosten van het ingraven en ingegraven houden van de kabels van een windpark zijn inmiddels bekend. Ook is duidelijk hoeveel duurder de door een windpark opgewekte energie dan wordt. De kostentoename wordt nog versterkt doordat ook de verzekeringspremies stijgen, wat heel aannemelijk is: mét bodemberoerende visserij in een windpark is er nu eenmaal meer risico op schade dan zonder. Onderzoekers concluderen daarom dat die hogere kosten op dit moment niet opwegen tegen de baten van visserij in windparken. Mogelijk dat met behulp van innovaties aan vissersschepen, vistuig en windparken het vissen met sleepnetten in de toekomst wel mogelijk is tegen aanvaardbare kosten.

Gevolgen  voor inkomsten

Wat is voor de nationale kottervisserij de economische waarde van de gebieden waar Nederlandse windparken komen? Hoeveel verdienen zij op deze plekken waar zij in de toekomst niet meer mogen vissen? Om dat te bepalen, hebben onderzoekers gekeken naar de periode 2010-2017. De gebieden waar in deze periode nog geen windparken stonden, maar waar uiterlijk 2030 wel windparken komen te staan, leverden onze kottervisserij toen samen gemiddeld 1,52 miljoen euro per jaar op.

Opbrengst visserij vs. opbrengst windturbine

De visserijopbrengst van 2010 tot en met 2017 (1,52 miljoen euro) is gelijk aan de jaaropbrengst van één windturbine van 9 megawatt. Om dit uit te rekenen kijk je naar de vollasturen per jaar van zo’n turbine. ‘Vollastuur’ is de eenheid voor de effectieve opbrengst van een energiebron met een wisselend vermogen, zoals zonnepanelen en windturbines. Een turbine van 9 megawatt levert bij 4.300 vollasturen per jaar en een elektriciteitsprijs van 40 euro per MWh 1,54 miljoen euro op (namelijk 9 x 4.300 x 40).

Bij deze vergelijking moet bedacht worden dat de visserijopbrengst van een gebied bepalend kan zijn voor de lokale werkgelegenheid, secundaire economie en culturele identiteit van traditionele visserijplaatsen. Daarentegen levert de komst van windparken op zee ook werkgelegenheid op in kustplaatsen en havens.

De ‘bruto toegevoegde waarde’ van deze gebieden gaat verloren voor kottervissers zodra de bouw van windparken daar start én indien zij deze vis elders niet kunnen vangen. Bij deze cijfers moet vermeld worden dat (werkgelegenheids)effecten in de keten, bijvoorbeeld bij de visafslagen, niet zijn meegenomen. Deze kunnen leiden tot negatieve (sociaal)economische effecten in de lokale vissersdorpen en -gemeenschappen.

Gevolgen voor visbestanden

Commerciële vissoorten, zoals tong, schol, haring en kabeljauw, zijn niet beschermd onder de Wet natuurbescherming (ze mogen immers gevangen worden). Het in stand houden van deze soorten is afhankelijk van de visserijdruk. Dat wordt geregeld via het gemeenschappelijk visserijbeleid van de Europese Unie, waaronder voor verschillende vissoorten vangstquota gelden. Het onderzoek naar de effecten van windparken op vissen richt zich daarom vooral op de niet-commerciële, beschermde vissoorten.

De komst van een windpark op zee zorgt ter plekke voor veranderingen die van invloed kunnen zijn op vissen. Het verbod op kottervisserij met sleepnetten binnen windparken heeft als direct gevolg dat vissen niet langer worden weggevangen. Doordat sleepnetten de zeebodem er niet meer omwoelen kan ook de bodem en het bodemleven zich herstellen. De fundaties van windturbines (en het daarvoor gebruikte stortsteen) kunnen ook een ondergrond vormen voor (bodem)leven. Mogelijk kunnen windparken daardoor fungeren als ‘kraamkamers’ voor vis, wat een positief effect kan hebben op de lokale visstand. Inderdaad blijken zich rond de fundaties van windturbines meer en andere vissoorten te bevinden.

De funderingen van windturbines zorgen onder water voor wervelingen die ervoor kunnen zorgen dat het zeewater beter gemengd raakt. Dit heeft mogelijk invloed op het zeeleven in delen van de Noordzee waar normaal gesproken een sterke (temperatuur)gelaagdheid voorkomt. Het is nog niet duidelijk of de invloed hiervan op het zeeleven uiteindelijk positief of negatief is. Ook geluid dat wordt geproduceerd bij de aanleg van windparken (met name het heien van de funderingen) kan invloed hebben op het gedrag van vissen. Datzelfde geldt voor elektromagnetische velden rondom de elektriciteitskabels van de windturbines en de kabels van de windparken naar het vaste land.

De Rijksoverheid laat de gevolgen van windparken op de natuur onderzoeken, onder andere met het Wozep-programma. Uit de resultaten van het Wozep-programma en internationaal onderzoek blijken tot nu toe geen significante negatieve gevolgen voor vissen, maar veel onderzoek loopt nog.

Doorverwijzingen

Nederlandse aanpak

Waarom is windenergie op zee nodig? Wat zijn de doelen en hoe zorgt de Rijksoverheid ervoor dat doelen worden gehaald|?

Noordzee

Over hoe de Rijksoverheid de Noordzee beheert en hoe de ruimte op de Noordzee is verdeeld. Wat op de Noordzee kan en mag, en welke regels en voorwaarden daarvoor gelden.

Innovatie

Innovatie, ontwikkeling (internationale) samenwerking en opleidingen zijn belangrijk om de kosten van wind op zee omlaag te krijgen en biedt daarmee economische kansen.

Werk en scholing

De windsector biedt perspectieven voor mensen die willen werken in de wind. NWEA is de verbinder binnen de sector en koppelt relevante partijen aan elkaar binnen de sector.

Veelgestelde vragen

Op deze website vindt u veel informatie over Wind op zee. Vindt u niet wat u zoekt? Kijk dan bij de veelgestelde vragen of neem contact met ons op.